IJSLAND BOTANISCH Algemeen overzicht van de aangetroffen
plantengemeenschappen door Kees Boele In plaats van uitgebreide soortenlijsten per vindplaats is
gekozen voor een algemeen overzicht van de verschillende
plantengemeenschappen die op deze reis aangetroffen werden. 2. Bos 4. Laagveen en slenken 5. Bronnetjesvegetaties 6. Melur vegetatie 7. Mos en korstmosheides op
lavavelden 8. Subpolaire
gebergte-dwergstruikheides 9. Vegetaties op Þufur en Palsa
bodems 10. Puinvegetaties 11. Watervegetaties 12. Weiden en hooilanden Literatuur:
Daarbij
moet direct aangetekend worden dat de betreffende periode (laatste weken
juni en eerste week juli) een optimaal beeld van de ijslandse flora geven.
De duizenden orchideeën gecombineerd met bloeiende thijm en silene gaven
visioenen van alpenweiden. Enkele weken eerder of later zouden een totaal
andere indruk op het netvlies achtergelaten hebben. Ook moet opgemerkt
worden dat de bezoeken aan de verschillende terreinen niet een compleet
beeld van de floristische rijkdom opgeleverd hebben. Van de bloemplanten
zijn van de grassen, zegges en russen slechts de opvallendste soorten
genoteerd terwijl de mosflora geheel onbeschreven is gelaten. Uiteraard
met uitzondering van de opvallend aanwezige Rhacomitrium
lanuginosum pollen op de oudere lavavelden.
Zelfs op een ansichtkaart werd deze mossoort, met de correcte Latijnse
naam, aangetroffen.
1.
Algemeen
Ondanks de ligging van IJsland op
dezelfde hoogte als het Noorse Trondheim en de aanwezigheid van de
Golfstroom wordt de flora getypeerd als sub-arctisch (in Europa
alleen voorkomend op Spitsbergen). Terwijl in Scandinavië ruim 3000
plantensoorten voorkomen komt IJsland niet verder dan 400 (inclusief een
groot aantal verwilderde exoten zoals de kleurige Alaska Lupine). Deels
heeft dit direct te maken met overbegrazing en houtkap in de laatste
duizend jaar. Maar veel belangrijker is de eiland geografie en de gevolgen
van de laatste ijstijden. Pollenanalyse heeft laten zien dat ruim 100
soorten de ijskap overleefd hebben op kleine ijsvrije gebieden zoals rond
Eyjafjörður en Mýrdalur. Bewijs hiervoor wordt o.a. gezien in de huidige
verspreiding van de Arctische Klaproos (Papaver
radicatum ). Deze fraai geel
bloeiende plant werd door ons o.a. gevonden op de route naar Egilsstaðir. Hoe
de verschillende soorten IJsland echter bereikt hebben blijft gissen.
Vogels, wind en water zullen alle een belangrijke rol gespeeld hebben. Maar
zeker zo belangrijk is de rol van de mens geweest. Ruim 60% van de huidige
IJslandse flora is, onbewust of bewust, meegenomen door Noorse kolonisten.
Voorwaarde voor vestiging was natuurlijk wel dat de soorten in staat
moesten zijn om in een periode van enkele maanden hun complete groeicyclus
te doorlopen. Daarbij waren dwergvormen duidelijk in het voordeel omdat de
temperatuur in de eerste 10 centimeter boven het aardoppervlak hoger is
dan op twee meter daarboven.
Als gekeken wordt naar
de wereldwijde verspreiding van de IJslandse plantensoorten valt op dat
meer dan 90% ook te vinden is in Noorwegen, slechts negen soorten komen alleen
in Noord-Amerika voor. De fraaiste hiervan is het Arctische Wilgenroosje
(Epilobium latifolium) die wij o.a. gevonden hebben bij
Skaftafell.
Locaties: Skaftafell Nationaal
Park, Ásbyrgi Kloof
Een bekend grapje vertelt dat verdwalen in een
ijslands bos onmogelijk is. Het enige wat je moet doen is opstaan om over
de boomkruinen heen te kunnen kijken. Dat dit vroeger, voor de komst van
de Vikingen en hun uitgebreide houtkap, zeker niet zo was blijkt uit de
uitgebreide bossen van het Skaftafell Nationaal Park en rond Ásbyrgi.
Meters hoge Zachte Berken (Betula pubescens) worden
afgewisseld met Lijsterbes (Sorbus aucuparia) en hogere
struiken van Wollige Wild (Salix lanata) en
Salix phyllicifolia. De ondergroei in dit bos bestaat
voor een groot deel uit Rijsbes (Vaccinium
uliginosum). De ondergroei van het bos van
Skaftafell bestond uit niet nader geïdentificeerd gras waarin
vooral Gewone Engelwortel (Angelica
sylvestris), Bosgeranium (Geranium
sylvaticum), Scherpe Boterbloem (Ranunculus
acris), Veelbloemige Veldbies (Luzula
multiflora
) opvielen.
3. Zoutweiden en
strandvegetaties
Locaties: o.a. Grindavik,
Ingólshöfði
De fraaiste strandplant op IJsland is Mertensia
(Mertensia maritima). Pas op de laatste dag werd
deze ruwbladige aan de oostelijke kant van de haven van Grindavik
gevonden. Plat op de rolstenen gelegen profiteert deze plant optimaal van
de beschikbare zonnewarmte. Ook Zeepostelein (Honkenya
peploides) probeert deze groeiwijze na te streven.
Echte zoutweiden, vergelijkbaar met onze kwelders,
komen o.a. tegenover het vogeleiland Ingólshöfði voor. Hoewel het
zicht ons ontnomen werd door horizontale regenflarden was Gewoon
Kweldergras (Puccinellia maritima) en Echt Lepelblad
(Cochlearia officinalis) nog waarneembaar.
Locaties: o.a. Keflavik,
Skaftafell Nationaal Park
Bijna 10% van IJsland is door de hoge
waterstand bedekt met laagveen. Direct bij aankomst op Keflavik kan de
meest typerende zeggensoort van deze vegetatie al uitgebreid gevonden
worden: Carex lyngbei. Pioniersoorten als Veenpluis
(Eriophorum angustifolium) en Eriophorum
scheuchzeri waarschuwen met hun witte zaadpluizen direct
voor zompige omstandigheden. Langs de randen van het veen werden op veel
plaatsen Vetblad (Pinguicula vulgaris),
Moerasbasterdwederik (Epilobium palustre), Knikkend
Nagelkruid (Geum rivale) en Bronkruid (Montia
fontana )
genoteerd.
Skaftafell verraste
ons met Bokjessteenbreek (Saxifraga hirculus). Sinds 1859 uit Nederland verdwenen
stond deze fraaie, geelbloeiende, steenbreek hier in een klein
polletje te pronken.
Locaties: o.a.
Landmannalaugar, Geysir, Seljalandfoss, Skógafoss, Gullfoss,
Goðafoss.
Rond warme en koude bronnen, maar ook rond het spatwater
van de honderden watervallen, heeft zich een bijzondere vegetatie kunnen
ontwikkelen. Direct bij onze eerste grote watervallen (de Seljalandfoss en
de Skógafoss maakten we al kennis met de intens geelgroene plakkaten van
Veenstaartje (Philonotis fontana en P.
seriata). Tussen deze mossen o.a. enkele steenbreken
(Saxifraga nivalis, S. hypnoides en
S. caespitosa) en Rotsereprijs (Veronica
fruticans). Naast het weggetje van de camping op Landmannalaugar
naar de warme bron staat een mooie populatie van de Dwergboterbloem
(Ranunculus pygmaeus). Rond de Geysirs opvallend veel
groot uitgegroeide Arctische thijm (Thymus praecox ssp
arcticus).
Locaties: o.a. Herðubreið en
Ódáðahraun
Terugkerend van de Herðubreið hebben we kennis kunnen
maken van met de vegetatie van de grind- en zandwoestijn (in het
IJslands melur geheten). Ogenschijnlijk woest en ledig maar juist in
juni/juli versierd met de witbloeiende Rotskers (Cardaminopsis
petrea), Eenbloemige Silene (Silene uniflora)
en roze polletjes Engels Gras (Armeria maritima). Bodemvorming heeft hier nog niet
plaats gevonden en de concurrentie tussen de individuele planten is niets
minder dan een strijd om het weinig beschikbare water.
Locaties: vooral Schiereiland Reykjanes en
Landmannalaugar
Langs de weg van Keflavik naar Grindavik konden we
al genieten van deze merkwaardige vegetatie. Totaal grijs door de
glasharen van het mos Rhacomitrium lanuginosum geeft het
een behaarde maar ook zachte aanblik van dit woeste landschap. Ook rond
Landmannalaugar zouden we het uitgebreid tegenkomen. Tussen de mospollen
is echter meer te vinden. Arctische thijm (Thymus
praecox ssp arcticus). Eenbloemige Silene
(Silene uniflorus), Engels Gras (Armeria
maritima), Levendbarende Duizendknoop (Polygonum ),
Kraaiheide (Empetrum nigrum), Kruidwilg (Salix
herbacea) Bartsia (Bartsia alpina) en
Alpenvrouwenmantel (Alchemilla alpina ) werden op vele
plaatsen gezien.
In Landmannalaugar werd Draba
norvegica genoteerd.
Tegen rotswanden en tussen lavablokken
is voldoende groeiplaats voor varens. Blaasvaren (Cystopteris
fragilis) is op veel plaatsen algemeen.
Woodsia ilvensis
werd echter alleen op een rotswandje bij Þingvellir gevonden.
Locaties: Mývatn (o.a. Dimmuborgir), Skaftafell
Nationaal Park
Op geologische oudere plaatsen is de bodemvorming
zover gevorderd dat er een heide-achtige vegetatie kan ontstaan. Beredruif
(Arctostapylos uva-ursi), Kraaiheide
(Empetrum nigrum), Echt Walstro (Galium
verum) en Galium normanii werden o.a. genoteerd
bij Dimmuborgir. Daartussen stonden tientallen orchideeën.
Platanthera hyperborea en Groene Nachtorchis
(Coeloglossum viride) waren op veel plaatsen zeer
algemeen. In Dimmuborgir en Skaftafell komt daarnaast Witte Muggenorchis
(Pseudorchis albida) en Koraalwortel
(Corallorhiza trifida) voor. De Kleine Keverorchis
(Listera cordata) werd toevallig gevonden in Skaftafell.
Zoekend naar de Koraalwortels voor een later arriverende deelnemer viel
het oog plotseling op drie eveneens bruine orchideetjes: de Kleine Kever!
Tientallen meters hoger op de helling, in het bos, zou ook de Grote
Keverorchis (Listera ovata) gevonden worden.
Enkele bloeiende exemplaren van de Gevlekte Orchis (Dactylorhiza
majalis) werden alleen gevonden tussen Geiteyjarströnd en
Grjótagjá (Mývatn). Boven Gullfoss werd Galium boreale,
forser dan de zeer algemene Galium normanii, gevonden
Een andere fraaie soort is Alpenkoekoeksbloem (Lychnis
alpina). Vooral in Dimmuborgir zijn hier prachtige vegetaties van
te vinden. Tenslotte moet zeker nog de Alpenruit (Thalictrum
alpinum) genoemd worden, zo klein dat alleen goede speurders het
plantje konden vinden.
Naast heides komen ook
wilgen voor in deze vegetatie. Terwijl in het zuiden overal Wollige Wilg
(Salix lanata) gezien werd bleek deze in het noordoosten
vervangen te worden door Salix callicarpea. Vooral aan
de noordzijde van de Ódáðahraun werd dit wilgje volop in bloei
gevonden .
Locaties: Edgjá, Landmannalaugar en rond de
solfatares van Kjölur (tussen Varmahlið en Geysir)
Op den
duur wordt de bodemlaag zo dik dat er een soort hoogveen met "bulten"
en "slenken" ontstaat. Winterse vorst is de belangrijkste klimaatfactor
bij dit type bodemvorming. Als er in de zomers een ijskern overblijft
spreekt men op IJsland van Palsa, ontdooit de kern echter dan is het
Þufur. Kenmerkende soorten van de Þufur is o.a. de "miniatuurheide"
Cassiope hypnoides, Kruipazalea (Loiseleuria
procumbens) en de roos-achtige Sibbaldia
procumbens . Ook de Groene Nachtorchis (Coeloglossum
viride) bleek het goed te doen in deze vegetatie. De
vegetatie op Palsa bodems lijkt sterk op verdroogd laagveen met veel
Veenpluis (Eriophorum angustifolium) en Carex
lyngbei
.
Locaties: Skaftafell Nationaal Park,
Jökulsárlon
Vooral aan de zuidkust zijn langs de gletsjerranden en
de uitgebreide sandurs prachtige puinvegetaties te vinden. Achtblad
(Dryas octopetala) stond overal in bloei. Maar ook
Oxyria (Oxyria digyna), Potentilla
crantzii, Bieslelie (Toffieldia calyculata),
Eenbloemige hoornbloem (Cerastium uniflorum),
Draba incana en kleine Sedums als Sedum
annuum en Sedum vilosum werden o.a. bij
Skaftafell genoteerd. Sneeuwgentiaan (Gentiana nivalis)
en Sierlijke Vetmuur (Sagina nodosa) werden alleen bij
Skaftafell gevonden. Een bijzondere Maanvaren (Botrychium
lanceolatum) en Plompe wolfsklauw (Lycopodium
selago)
werden bij Jökulsárlon gevonden.
Op rotswanden
-niet precies tot deze categorie behorend, maar wel in de buurt - vonden
we de fraaie pluimsteenbreek (Saxifraga cotyledon) in
Skaftafell langs het pad naar de gletsjer.
Locaties: Skaftafell Nationaal Park,
Mývatn
Uitgebreide water- en oevervegetaties zoals we die in
Nederland kennen komen op IJsland niet voor. De grote groene wierballen
(Cladophora aegagrophila) die we in het bezoekerscentrum
van het Mývatn tegenkwamen als voorbeeld van de groenwieren, waren echter
voor iedereen spectaculair. Veel minder opvallend waren Rossig
Fonteinkruid (Potamogeton alpinus) en Tenger
Fonteinkruid (Potamogeton pusillus ) in gletsjerpoelen bij Skaftafell.
Direct naast deze poeltjes groeide Ranunculus reptans
.
Bij Mývatn werd Teer Vederkruid (Myriophyllum
alterniflorum) gezien.
Locaties: Þingvellir, Mývatn, verder overal langs
de zuidkust en het zuidelijke binnenland.
Geen
natuurlijke maar min of meer sterk door de mens gestuurde vegetaties.
Variërend van intensief gebruikte weilanden in het laagland, met veel
Witte Klaver (Trifolium reptans), Herfstleeuwetand
(Leontodon autumnale), Veldbeemdgras (Poa
pratensis) en Veldzuring (Rumex acetosa) tot
tredvegetaties en extensief door schapen begraasde en hooggelegen
weidegronden. Hier wordt o.a. veel Reukgras (Anthoxanthum
odoratum), Alpenzwenkgras (Festuca alpina) en
Gewoon Struisgras (Agrostis capillaris)
Kristinson, H. 1998, Die Blütenpflanzen und Farne Islands
(Reykjavik).
Schmidt, F.U. 1990, Island-Naturkundlicher
Reiseführer Nr.1
(Göttingen).