Terug naar beginpagina

IJSLAND BOTANISCH

Algemeen overzicht van de aangetroffen plantengemeenschappen

door Kees Boele

In plaats van uitgebreide soortenlijsten per vindplaats is gekozen voor een algemeen overzicht van de verschillende plantengemeenschappen die op deze reis aangetroffen werden.
Daarbij moet direct aangetekend worden dat de betreffende periode (laatste weken juni en eerste week juli) een optimaal beeld van de ijslandse flora geven. De duizenden orchideeën gecombineerd met bloeiende thijm en silene gaven visioenen van alpenweiden. Enkele weken eerder of later zouden een totaal andere indruk op het netvlies achtergelaten hebben. Ook moet opgemerkt worden dat de bezoeken aan de verschillende terreinen niet een compleet beeld van de floristische rijkdom opgeleverd hebben. Van de bloemplanten zijn van de grassen, zegges en russen slechts de opvallendste soorten genoteerd terwijl de mosflora geheel onbeschreven is gelaten. Uiteraard met uitzondering van de opvallend aanwezige Rhacomitrium lanuginosum pollen op de oudere lavavelden. Zelfs op een ansichtkaart werd deze mossoort, met de correcte Latijnse naam, aangetroffen
.


1. Algemeen
Ondanks de ligging van IJsland op dezelfde hoogte als het Noorse Trondheim en de aanwezigheid van de Golfstroom  wordt de flora getypeerd als sub-arctisch (in Europa alleen voorkomend op Spitsbergen). Terwijl in Scandinavië ruim 3000 plantensoorten voorkomen komt IJsland niet verder dan 400 (inclusief een groot aantal verwilderde exoten zoals de kleurige Alaska Lupine). Deels heeft dit direct te maken met overbegrazing en houtkap in de laatste duizend jaar. Maar veel belangrijker is de eiland geografie en de gevolgen van de laatste ijstijden. Pollenanalyse heeft laten zien dat ruim 100 soorten de ijskap overleefd hebben op kleine ijsvrije gebieden zoals rond Eyjafjörður en Mýrdalur. Bewijs hiervoor wordt o.a. gezien in de huidige verspreiding van de Arctische Klaproos (Papaver radicatum ).  Deze fraai geel bloeiende plant werd door ons o.a. gevonden op de route naar Egilsstaðir. Hoe de verschillende soorten IJsland echter bereikt hebben blijft gissen. Vogels, wind en water zullen alle een belangrijke rol gespeeld hebben. Maar zeker zo belangrijk is de rol van de mens geweest. Ruim 60% van de huidige IJslandse flora is, onbewust of bewust, meegenomen door Noorse kolonisten. Voorwaarde voor vestiging was natuurlijk wel dat de soorten in staat moesten zijn om in een periode van enkele maanden hun complete groeicyclus te doorlopen. Daarbij waren dwergvormen duidelijk in het voordeel omdat de temperatuur in de eerste 10 centimeter boven het aardoppervlak hoger is dan op twee meter daarboven.
Als gekeken wordt naar de wereldwijde verspreiding van de IJslandse plantensoorten valt op dat meer dan 90% ook te vinden is in Noorwegen, slechts negen soorten komen alleen in Noord-Amerika voor. De fraaiste hiervan is het Arctische Wilgenroosje (Epilobium latifolium) die wij o.a. gevonden hebben bij Skaftafell. 

2. Bos
Locaties: Skaftafell Nationaal Park, Ásbyrgi Kloof
Een bekend grapje vertelt dat verdwalen in een ijslands bos onmogelijk is. Het enige wat je moet doen is opstaan om over de boomkruinen heen te kunnen kijken. Dat dit vroeger, voor de komst van de Vikingen en hun uitgebreide houtkap, zeker niet zo was blijkt uit de uitgebreide bossen van het Skaftafell Nationaal Park en rond Ásbyrgi. Meters hoge Zachte Berken (Betula pubescens) worden afgewisseld met Lijsterbes (Sorbus aucuparia) en hogere struiken van Wollige Wild (Salix lanata) en Salix phyllicifolia. De ondergroei in dit bos bestaat voor een groot deel uit Rijsbes (Vaccinium uliginosum). De ondergroei van het bos van Skaftafell bestond uit niet nader geïdentificeerd gras waarin vooral Gewone Engelwortel (Angelica sylvestris), Bosgeranium (Geranium sylvaticum), Scherpe Boterbloem (Ranunculus acris), Veelbloemige Veldbies (Luzula multiflora ) opvielen.


3. Zoutweiden en strandvegetaties
Locaties: o.a. Grindavik, Ingólshöfði

De fraaiste strandplant op IJsland is Mertensia (Mertensia maritima).  Pas op de laatste dag werd deze ruwbladige aan de oostelijke kant van de haven van Grindavik gevonden. Plat op de rolstenen gelegen profiteert deze plant optimaal van de beschikbare zonnewarmte. Ook Zeepostelein (Honkenya peploides) probeert deze groeiwijze na te streven.
Echte zoutweiden, vergelijkbaar met onze kwelders, komen o.a. tegenover het vogeleiland Ingólshöfði voor. Hoewel het zicht  ons ontnomen werd door horizontale regenflarden was Gewoon Kweldergras (Puccinellia maritima) en Echt Lepelblad (Cochlearia officinalis) nog waarneembaar.

4. Laagveen en slenken
Locaties: o.a. Keflavik, Skaftafell Nationaal Park

Bijna 10% van IJsland is door de hoge waterstand bedekt met laagveen. Direct bij aankomst op Keflavik kan de meest typerende zeggensoort van deze vegetatie al uitgebreid gevonden worden: Carex lyngbei. Pioniersoorten als Veenpluis (Eriophorum angustifolium) en Eriophorum scheuchzeri  waarschuwen met hun witte zaadpluizen direct voor zompige omstandigheden. Langs de randen van het veen werden op veel plaatsen Vetblad (Pinguicula vulgaris), Moerasbasterdwederik (Epilobium palustre), Knikkend Nagelkruid (Geum rivale) en Bronkruid (Montia fontana ) genoteerd.
Skaftafell verraste ons met Bokjessteenbreek (Saxifraga hirculus). Sinds 1859 uit Nederland verdwenen stond deze  fraaie, geelbloeiende, steenbreek hier in een klein polletje te pronken.

5. Bronnetjesvegetaties
Locaties: o.a. Landmannalaugar, Geysir, Seljalandfoss, Skógafoss, Gullfoss, Goðafoss.

Rond warme en koude bronnen, maar ook rond het spatwater van de honderden watervallen, heeft zich een bijzondere vegetatie kunnen ontwikkelen. Direct bij onze eerste grote watervallen (de Seljalandfoss en de Skógafoss maakten we al kennis met de intens geelgroene plakkaten van Veenstaartje (Philonotis fontana en P. seriata). Tussen deze mossen o.a. enkele steenbreken (Saxifraga nivalisS. hypnoides en S. caespitosa) en Rotsereprijs (Veronica fruticans). Naast het weggetje van de camping op Landmannalaugar naar de warme bron staat een mooie populatie van de Dwergboterbloem (Ranunculus pygmaeus). Rond de Geysirs opvallend veel groot uitgegroeide Arctische thijm (Thymus praecox ssp arcticus).

6. Melur vegetatie
Locaties: o.a. Herðubreið en Ódáðahraun

Terugkerend van de Herðubreið hebben we kennis kunnen maken van  met de vegetatie van de grind- en zandwoestijn (in het IJslands melur geheten). Ogenschijnlijk woest en ledig maar juist in juni/juli versierd met de witbloeiende Rotskers (Cardaminopsis petrea), Eenbloemige Silene (Silene uniflora) en roze polletjes Engels Gras (Armeria maritima). Bodemvorming heeft hier nog niet plaats gevonden en de concurrentie tussen de individuele planten is niets minder dan een strijd om het weinig beschikbare water.

7. Mos en korstmosheides op lavavelden
Locaties: vooral Schiereiland Reykjanes en Landmannalaugar

Langs de weg van Keflavik naar Grindavik konden we al genieten van deze merkwaardige vegetatie. Totaal grijs door de glasharen van het mos Rhacomitrium lanuginosum geeft het een behaarde maar ook zachte aanblik van dit woeste landschap. Ook rond Landmannalaugar zouden we het uitgebreid tegenkomen. Tussen de mospollen is echter meer te vinden. Arctische thijm (Thymus praecox ssp arcticus). Eenbloemige Silene (Silene uniflorus), Engels Gras (Armeria maritima), Levendbarende Duizendknoop (Polygonum ), Kraaiheide (Empetrum nigrum), Kruidwilg (Salix herbacea) Bartsia (Bartsia alpina) en Alpenvrouwenmantel (Alchemilla alpina ) werden op vele plaatsen gezien.
In Landmannalaugar werd Draba norvegica genoteerd.
Tegen rotswanden en tussen lavablokken is voldoende groeiplaats voor varens. Blaasvaren (Cystopteris fragilis) is op veel plaatsen algemeen. Woodsia ilvensis werd echter alleen op een rotswandje bij Þingvellir gevonden
.

8. Subpolaire gebergte-dwergstruikheides
Locaties: Mývatn (o.a. Dimmuborgir), Skaftafell Nationaal Park

Op geologische oudere plaatsen is de bodemvorming zover gevorderd dat er een heide-achtige vegetatie kan ontstaan. Beredruif (Arctostapylos uva-ursi), Kraaiheide (Empetrum nigrum), Echt Walstro (Galium verum) en Galium normanii werden o.a. genoteerd bij Dimmuborgir. Daartussen stonden tientallen orchideeën. Platanthera hyperborea  en Groene Nachtorchis (Coeloglossum viride) waren op veel plaatsen zeer algemeen. In Dimmuborgir en Skaftafell komt daarnaast Witte Muggenorchis (Pseudorchis albida) en Koraalwortel (Corallorhiza trifida) voor. De Kleine Keverorchis (Listera cordata) werd toevallig gevonden in Skaftafell. Zoekend naar de Koraalwortels voor een later arriverende deelnemer viel het oog plotseling op drie eveneens bruine orchideetjes: de Kleine Kever! Tientallen meters hoger op de helling, in het bos, zou ook de Grote Keverorchis (Listera ovata) gevonden worden.  Enkele bloeiende exemplaren van de Gevlekte Orchis (Dactylorhiza majalis) werden alleen gevonden tussen Geiteyjarströnd en Grjótagjá (Mývatn). Boven Gullfoss werd Galium boreale, forser dan de zeer algemene Galium normanii, gevonden Een andere fraaie soort is Alpenkoekoeksbloem (Lychnis alpina). Vooral in Dimmuborgir zijn hier prachtige vegetaties van te vinden. Tenslotte moet zeker nog de Alpenruit (Thalictrum alpinum) genoemd worden, zo klein dat alleen goede speurders het plantje konden vinden.
Naast heides komen ook wilgen voor in deze vegetatie. Terwijl in het zuiden overal Wollige Wilg (Salix lanata) gezien werd bleek deze in het noordoosten vervangen te worden door Salix callicarpea. Vooral aan de noordzijde van de Ódáðahraun werd dit wilgje volop in bloei gevonden .

9. Vegetaties op Þufur en Palsa bodems
Locaties: Edgjá, Landmannalaugar en rond de solfatares van Kjölur (tussen Varmahlið en Geysir)

Op den duur wordt de bodemlaag zo dik dat er een soort hoogveen met "bulten" en "slenken" ontstaat. Winterse vorst is de belangrijkste klimaatfactor bij dit type bodemvorming. Als er in de zomers een ijskern overblijft spreekt men op IJsland van Palsa, ontdooit de kern echter dan is het Þufur. Kenmerkende soorten van de Þufur is o.a. de "miniatuurheide" Cassiope hypnoides, Kruipazalea (Loiseleuria procumbens) en de roos-achtige Sibbaldia procumbens . Ook de Groene Nachtorchis (Coeloglossum viride)  bleek het goed te doen in deze vegetatie. De vegetatie op Palsa bodems lijkt sterk op verdroogd laagveen met veel Veenpluis (Eriophorum angustifolium) en Carex lyngbei .

10. Puinvegetaties
Locaties: Skaftafell Nationaal Park, Jökulsárlon

Vooral aan de zuidkust zijn langs de gletsjerranden en de uitgebreide sandurs prachtige puinvegetaties te vinden. Achtblad (Dryas octopetala) stond overal in bloei. Maar ook Oxyria (Oxyria digyna), Potentilla crantzii, Bieslelie (Toffieldia calyculata), Eenbloemige hoornbloem (Cerastium uniflorum), Draba incana en kleine Sedums als Sedum annuum en Sedum vilosum werden o.a. bij Skaftafell genoteerd. Sneeuwgentiaan (Gentiana nivalis) en Sierlijke Vetmuur (Sagina nodosa) werden alleen bij Skaftafell gevonden. Een bijzondere Maanvaren (Botrychium lanceolatum) en Plompe wolfsklauw (Lycopodium selago) werden bij Jökulsárlon gevonden.

Op rotswanden -niet precies tot deze categorie behorend, maar wel in de buurt - vonden we de fraaie pluimsteenbreek (Saxifraga cotyledon) in Skaftafell langs het pad naar de gletsjer.

11. Watervegetaties
Locaties: Skaftafell Nationaal Park, Mývatn

Uitgebreide water- en oevervegetaties zoals we die in Nederland kennen komen op IJsland niet voor. De grote groene wierballen (Cladophora aegagrophila) die we in het bezoekerscentrum van het Mývatn tegenkwamen als voorbeeld van de groenwieren, waren echter voor iedereen spectaculair. Veel minder opvallend waren Rossig Fonteinkruid (Potamogeton alpinus) en Tenger Fonteinkruid (Potamogeton pusillus ) in gletsjerpoelen bij Skaftafell. Direct naast deze poeltjes groeide Ranunculus reptans .
Bij Mývatn werd Teer Vederkruid (Myriophyllum alterniflorum) gezien
.

12. Weiden en hooilanden
Locaties: Þingvellir, Mývatn, verder overal langs de zuidkust en het zuidelijke binnenland.

Geen natuurlijke maar min of meer sterk door de mens gestuurde vegetaties. Variërend van intensief gebruikte weilanden in het laagland, met veel Witte Klaver (Trifolium reptans), Herfstleeuwetand (Leontodon autumnale), Veldbeemdgras (Poa pratensis) en Veldzuring (Rumex acetosa) tot tredvegetaties en extensief door schapen begraasde en hooggelegen weidegronden. Hier wordt o.a. veel Reukgras (Anthoxanthum odoratum), Alpenzwenkgras (Festuca alpina) en Gewoon Struisgras (Agrostis capillaris)

Literatuur:
Kristinson, H. 1998, Die Blütenpflanzen und Farne Islands (Reykjavik).
Schmidt, F.U. 1990, Island-Naturkundlicher Reiseführer Nr.1 (Göttingen).

Terug naar beginpagina